ISO/NEN Methodologie

ISO/NEN methodologie

Op dit moment zijn er verschillende methodes voor Carbon Footprinting en Carbon Accounting. Bijvoorbeeld GLEC, COFRET (zoals gebruikt door Lean & Green en BigMile), of het Amerikaanse SmartWay.

Elk van deze methodes maakt eigen keuzes in de manier van werken; ze berekenen hetzelfde maar doen dit net op een andere manier. Daardoor zijn de uitkomsten niet goed vergelijkbaar en verschilt de input en output op detailniveau. Op dit moment is de ISO 14083 norm in ontwikkeling, hierdoor is er straks een wereldwijd gedragen standaard waarbij iedereen volgens dezelfde methodologie werkt.

Aansluiting bij EN 16258

De EN 16258 is de eerste norm die gepubliceerd is ten aanzien van Carbon Footprinting. Op zich is er binnen die norm nog ruimte voor verbeteringen. Het belangrijkste voordeel van ISO-normering is natuurlijk dat ISO wereldwijd gedragen wordt. Daarnaast is het zo dat er binnen de EN 16258 soms verschillende interpretaties mogelijk zijn. De ontwikkelaars van de ISO-norm streven er juist naar om zo min mogelijk vrijheid te geven in de implementatie ervan.

Vergelijken om strategische en operationele beslissingen te nemen

Als alle partners in de hele supply chain werken volgens de nieuwe norm, wordt het mogelijk om de prestaties van verschillende bedrijven te vergelijken.

Dat betekent dat de data gebruikt kan worden om keuzes te maken voor lange termijn investeringen: moeten we ons voorraadbeheer anders inrichten of investeren in een nieuw magazijn of distributiecentrum?

Hetzelfde geldt op het operationele niveau. Op basis van de informatie over de uitstoot, kan het management besluiten nemen over zaken als de frequentie van leveringen of het type vervoermiddel dat ze aanschaffen. Tot nu toe keken bedrijven meest naar zaken als kosten en Service Levels. Straks komt daar uitstoot als extra factor bij.

Uiteindelijk alleen werken met primary data

De uiteindelijke doelstelling is dat iedereen werkt met betrouwbare primary data. Transporteurs vervoeren lading naar distributiecentra en magazijnen. Anders gezegd: transporteurs verzorgen de transportlegs tussen verschillende nodes, zoals havens, magazijnen en distributiecentra. Voor de transportlegs is het relatief eenvoudig om met primary data te werken, omdat ze nu al registreren hoeveel goederen ze vervoeren en hoeveel brandstof ze daarbij gebruiken. Maar voorde nodes ligt dat vaak complexer, omdat historisch veel minder aandacht aan de nodes besteed was en ook omdat daar andere factoren van belang zijn voor de hoeveelheid uitstoot en allocatie daarvan.

Methodologie als er geen primary data beschikbaar is

Omdat het tijd kost voordat iedereen zijn uitstoot baseert op primary data, voorziet de norm in een methodologie voor de situatie waarin nog niet alle ketenpartners ver genoeg zijn. Hiervoor zijn er twee methoden beschikbaar:

  1. Gebruik van default factoren
  2. Modelmatige schattingen

Modelmatige schattingen zijn te rechtvaardigen als het resultaat daarmee beter de werkelijkheid weergeeft dan het gebruik van default factoren. Op dit moment wordt er in softwarepakketten vaak gewerkt met schattingen. Als de norm straks gepubliceerd is, zullen softwarefabrikanten naar verwachting hun pakketten aanpassen zodat deze compliant zijn. Gebruik van default emissiefactoren is de minst nauwkeurige manier van emissie berekenen, maar ze bieden een uitkomst als er weinig bekend is over de operaties.